De Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW) is een inkomensvoorziening voor oudere werkloze werknemers. Zij kunnen in aanmerking komen voor een IOAW-uitkering als de uitkering op basis van de Werkloosheidswet (WW) is afgelopen.
De IOAW-uitkering is een aanvulling op het (gezins)inkomen tot bijstandsniveau.
U kunt in aanmerking komen voor een uitkering op basis van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW) als u een oudere werknemer bent en uw uitkering op basis van de Werkloosheidswet (WW) is afgelopen.
U komt in aanmerking voor een IOAW-uitkering als u onvoldoende inkomen hebt en als u:
U vraagt een uitkering op basis van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW) aan bij het Centrum voor Werk en Inkomen (CWI). Als u getrouwd bent of samenwoont, doet u dit samen met uw partner.
Het CWI stuurt uw aanvraag naar de sociale dienst. De sociale dienst neemt een beslissing over de aanvraag. U krijgt hierover schriftelijk bericht.
De uitkering wordt maandelijks uitbetaald. U krijgt de uitkering achteraf.
De hoogte van uw uitkering op basis van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW) is afhankelijk van de hoogte van uw inkomen. U hebt alleen recht op een IOAW-uitkering als u onvoldoende inkomen hebt om van te leven. De IOAW vult uw inkomen aan tot het bijstandsniveau.
De IOAW vult het totale inkomen van u en uw eventuele partner aan tot het bijstandsniveau. Netto is de uitkering gelijk aan de bijstandsnorm die in een vergelijkbare situatie geldt, inclusief vakantiegeld. Voor een echtpaar is dat 100% van het netto minimumloon.
De gemeente kijkt onder andere of u: