Langdurig werklozen tussen de 50 jaar en de AOW-gerechtigde leeftijd kunnen na afloop van een WW-uitkering een aanvulling krijgen op hun inkomen. Dit gebeurt via de wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW).
Alleen 50-plussers die geen WW-uitkering meer krijgen en die onvoldoende inkomen hebben om van te leven, kunnen een beroep doen op de IOAW. De uitkering is een aanvulling op het inkomen tot bijstandsniveau. Voor de IOAW telt het inkomen van de partner ook mee. Het inkomen van eventuele kinderen telt niet mee.
50-plussers kunnen de IOAW aanvragen bij het UWV WERKbedrijf. Als zij getrouwd zijn of samenwonen, doen zij dit samen met hun partner.
Het UWV WERKbedrijf stuurt de aanvraag door naar de sociale dienst van de gemeente. De sociale dienst beslist of iemand aan de voorwaarden voldoet en bepaalt hoe hoog de uitkering is. De gemeente keert de uitkering maandelijks (achteraf) uit.
Net als bij de WW, hebben IOAW-gerechtigden een sollicitatieplicht. Zij moeten aangeboden werk accepteren, ook als dat niet aansluit op hun opleiding of werkervaring. Verder moeten zij relevante wijzigingen in hun persoonlijke situatie tijdig doorgeven. Deze verplichtingen gelden ook voor de partner als deze nog niet de AOW-leeftijd heeft bereikt.
De hoogte van een IOAW-uitkering is afhankelijk van de hoogte van het inkomen. De IOAW vult het totale inkomen van de uitkeringsgerechtigde en eventuele partner aan tot het bijstandsniveau.
Het eigen vermogen, zoals spaargeld of een eigen huis, heeft geen invloed op de uitkering. Ook inkomsten uit alimentatie, huurtoeslag, zorgtoeslag en kinderbijslag tellen niet mee.