Logo GoudenHanddruk Adviseurs.nl - specialisten op het gebied van gouden handdrukken
English

Kantonrechtersformule - GoudenHanddruk Adviseurs.nl

Een werkgever die een arbeidsovereenkomst wil laten ontbinden, moet daarvoor naar de kantonrechter. Als de kantonrechter inderdaad besluit om de arbeidsovereenkomst te ontbinden, kan de kantonrechter besluiten de werknemer een vergoeding toe te kennen. De manier waarop de hoogte van die vergoeding wordt berekend, noemen we de kantonrechtersformule

Eind oktober 2008 hebben de kantonrechters besloten tot aanpassing van de kantonrechtersformule.

Waarom een kantonrechtersformule?

Sinds 1954 kent de wet de mogelijkheid dat de kantonrechter een arbeidsovereenkomst ontbindt en dat de werknemer dan een vergoeding krijgt.

In de jaren tachtig werd steeds meer van die wettelijke mogelijkheid gebruik gemaakt. Er bestonden echter geen regels voor de berekening van de hoogte van die vergoeding. Het gevolg was dat kantonrechters op verschillende plekken in Nederland verschillende beslissingen namen.

Daarom besloten de kantonrechters in 1996 tot een landelijke kantonrechtersformule. Het doel: bevorderen van rechtseenheid en inzichtelijk maken hoe een vergoeding tot stand komt. Zo wisten ook werkgevers, werknemers en hun rechtshulpverleners langs welke lijnen een vergoeding werd berekend.

De kantonrechtersformule is een rekenmodel, ontworpen dóór kantonrechters vóór kantonrechters. De formule is niet bindend, maar in de praktijk volgen vrijwel alle kantonrechters hem.

De kantonrechtersformule ziet er als volgt uit:
A (aantal ‘gewogen’ dienstjaren)
maal
B (bruto maandsalaris)
maal
C (bijzondere omstandigheden, uitgedrukt in een getal, meestal tussen de 0 en 2)
=
het bedrag van de vergoeding

In 1996 is afgesproken om de formule ongeveer eens per vijf jaar te evalueren en te bezien, of de formule en de toelichting nog in overeenstemming zouden zijn met het actuele denken over arbeidsrecht.

Wat is er veranderd per 1 januari 2009?

De kantonrechters hebben 30 oktober 2008 besloten de kantonrechtersformule op een aantal punten aan te passen, zodat hij weer bij de tijd zou zijn. Daar was aanleiding toe, want de arbeidsmarkt was in die periode nogal veranderd.

De kantonrechters besloten tot aanpassing van de formule op een aantal punten:

  • wegen van dienstjaren bij het berekenen van de vergoeding;
  • meer aandacht voor bijzondere omstandigheden;
  • meer maatwerk voor werknemers die tegen hun pensioen aan zitten;
  • toepassing van de kantonrechtersformule bij korte dienstverbanden.

Wegen van dienstjaren bij het berekenen van de vergoeding

Een belangrijke maatstaf bij het berekenen van een vergoeding is het aantal jaren dat iemand heeft gewerkt (A in de rekensom). Tot dan toe nam de kantonrechter als uitgangspunt dat ieder jaar dat iemand voor zijn veertigste jaar had gewerkt stond voor een maandsalaris. Voor gewerkte jaren tussen 40 en 50 jaar rekende de kantonrechter anderhalf maandsalaris en voor gewerkte jaren boven de 50 jaar twee maandsalarissen. Het totaal van deze ‘gewogen’ dienstjaren leverde een bepaald bedrag op.

Vanaf 2009 tellen gewerkte jaren op jonge leeftijd minder zwaar mee. Gewerkte jaren op oudere leeftijd tellen nog steeds zwaarder, maar de grenzen schuiven op.

Ieder gewerkt jaar telt voor een werknemer die 35 is geworden als een half maandsalaris. Van 35 tot 45 jaar telt een gewerkt jaar voor één maandsalaris; van 45 tot 55 jaar telt een dienstjaar voor anderhalf maandsalaris en vanaf het 55ste jaar voor twee maandsalarissen.

Een paar rekenvoorbeelden

Voorbeeld 1:

Een werknemer, geboren op 1 mei 1972 komt op 1 maart 1997 (hij is dan 24) in dienst bij zijn werkgever, die in 2008 van hem af wil (hij is dan 36), bijvoorbeeld omdat hij geen werk meer voor hem heeft. De kantonrechter vindt, dat de arbeidsovereenkomst moet eindigen en ontbindt de arbeidsovereenkomst op 1 december 2008.

Volgens het oude systeem worden de ‘gewogen’ dienstjaren als volgt berekend:

  • Het aantal ‘gewone’ dienstjaren is, afgerond, 12 jaar
  • Die 12 dienstjaren vallen alle in de categorie 40-, en tellen alle voor een maandsalaris.

De vergoeding bedraagt dan in beginsel 12 maandsalarissen en daarop wordt vervolgens de C-factor losgelaten.

Volgens het nieuwe systeem worden de ‘gewogen’ dienstjaren als volgt berekend:

  • Het aantal ‘gewone’ dienstjaren is, afgerond, 12 jaar.
  • Van die 12 dienstjaren vallen er 10 in de categorie 35- (die tellen dus voor een half maandsalaris, in totaal dus 5) en 2 in de categorie 35 t/m 44 (die tellen dus voor 1 maandsalaris, ofwel in totaal 2).

De vergoeding bedraagt dan in beginsel 5 + 2 = 7 maandsalarissen. Vervolgens kijkt de kantonrechter of er in het concrete geval sprake is van bijzondere omstandigheden (de zogenaamde correctiefactor, C in de rekensom).

Voorbeeld 2:

Een werknemer, geboren op 1 mei 1952, komt op 1 maart 1985 (hij is dan 32) in dienst bij zijn werkgever, die in 2008 van hem af wil (hij is dan 56), bijvoorbeeld omdat hij geen werk meer voor hem heeft. De kantonrechter vindt, dat de arbeidsovereenkomst moet eindigen en ontbindt de arbeidsovereenkomst op 1 december 2008.

Volgens het oude systeem wordt de A-factor in de formule (de ‘gewogen’ dienstjaren) als volgt berekend:

  • Het aantal ‘gewone’ dienstjaren is, afgerond, 24.
  • Van die 24 dienstjaren vallen er 7 in de categorie tot 40 jaar (die tellen dus voor 7 maandsalarissen), vallen er 10 in de categorie 40 t/m 49 (die tellen dus voor 1,5 maandsalaris, in totaal 15) en 7 in de categorie 50 jaar en ouder (die tellen voor 2 maandsalarissen, in totaal 14). De vergoeding komt dan uit op 7 + 15 + 14, ofwel 36 maanden. Daarop wordt dan nog de correctiefactor C losgelaten, waarover straks meer.

Volgens het nieuwe systeem wordt de A-factor in de formule (de ‘gewogen’ dienstjaren) als volgt berekend:

  • Het aantal gewone dienstjaren is weer 24.
  • Van die 24 dienstjaren vallen er 2 in de categorie 35- (die 2 tellen dus maar voor 1 maandsalaris), vallen er 10 in de categorie 35 t/m 44 (die tellen dus voor 10 maanden salaris), vallen er 10 in de categorie 45 t/m 54 (die tellen voor 1,5 maand, in totaal 15) en 2 in de categorie 55+ (die tellen dus voor 4 maandsalarissen). De vergoeding komt dan uit op 1 + 10 + 15 + 4, ofwel 30 maanden, een verschil van 6 met het oude systeem.

Vervolgens kijkt de kantonrechter of er in het concrete geval sprake is van bijzondere omstandigheden (de zogenaamde correctiefactor, C in de rekensom).

Meer aandacht voor bijzondere omstandigheden

Bij de aanpassing van de kantonrechtersformule is er ook meer ruimte gekomen om te kijken naar de bijzondere omstandigheden van het geval. Juist die bijzondere omstandigheden zijn het waar het vaak om gaat in de onderhandelingen tussen werknemer en werkgever en in de rechtszaal.

De C in de rekensom wordt bepaald door vragen als:

  • door wie komt het dat de verhoudingen verstoord zijn;
  • is het disfunctioneren aan de werknemer te wijten of ook, en vooral aan de werkgever;
  • is de werknemer niet gaan re-integreren omdat hij niet wilde of omdat de werkgever onmogelijke eisen stelde;
  • heeft de werknemer al een andere baan of heeft hij er een concreet uitzicht op?

De rechter kan ook kijken naar de positie van de werknemer op de arbeidsmarkt: is er iets waardoor die positie afwijkt van de normale (leeftijd, opleiding, etc.)? De rechter kan ook kijken naar de financiële positie van de werkgever: kan die een regeling wel betalen? Als partijen op zulke punten met een goed onderbouwd en gedocumenteerd verhaal komen, kan de rechter daar rekening mee houden.

Meer maatwerk voor werknemers die tegen hun pensioen aan zitten

De derde aanpassing van de kantonrechtersformule houdt verband met de ontwikkelingen rond de pensioengerechtigde leeftijd. Volgens de oude aanbeveling is de vergoeding voor een oudere werknemer afgetopt tot het bedrag, dat hij verdiend zou hebben als hij tot zijn pensioen had doorgewerkt. De pensioengerechtigde leeftijd stond in 1996, toen de kantonrechtersformule werd ingesteld, gelijk met 65. Tegenwoordig kan die leeftijd nogal verschillen: er is de mogelijkheid van prepensioen, er bestaat deeltijdpensioen en er ontstaan mogelijkheden om op een hogere leeftijd dan 65 met pensioen te gaan.

De kantonrechters bevelen nu aan om bij oudere werknemers goed te kijken naar de leeftijd waarop ze naar verwachting met pensioen zouden zijn gegaan als ze in dienst waren gebleven. Is hun verlies aan inkomsten als gevolg van ontbinding van de arbeidsovereenkomst minder dan de vergoeding volgens de kantonrechtersformule, dan zal in het algemeen de vergoeding worden bepaald op het bedrag van de inkomstenderving. De bijzondere omstandigheden (de C in de rekensom) blijven hier van belang.

Toepassing van de kantonrechtersformule bij korte dienstverbanden

De kantonrechtersformule is voortaan uitdrukkelijk ook van toepassing op korte dienstverbanden. Als er sprake is van een tijdelijke arbeidsovereenkomst zonder tussentijdse mogelijkheid tot opzegging is de vergoeding in principe gelijk aan het salaris over de nog resterende periode. In alle andere gevallen wordt de vergoeding op de normale manier berekend.

De aanbevelingen van de kring van kantonrechters

De aanbevelingen van de kring van kantonrechters (PDF)