Een stamrecht is een recht op periodieke uitkeringen.
De stamrecht vrijstelling wordt geregeld in artikel 11, lid 1 onderdeel g Wet LB 1964.
Dit artikel zegt dat niet tot het loon behoren aanspraken op periodieke uitkeringen ter vervanging van gederfd of te derven loon, mits de aanspraken voorzien in aan de werknemer of gewezen werknemer toekomende periodieke uitkeringen die niet later ingaan dan in het jaar waarin hij de leeftijd van 65 jaar bereikt of in periodieke uitkeringen die bij zijn overlijden ingaan en toekomen aan zijn echtgenoot of gewezen echtgenoot en / of kinderen tot 30 jaar.
De uitkeringen moet meer dan een keer plaatsvinden en binnen de uitkeringstermijn moet de uitkeringsgerechtigde een kans hebben om te overlijden van minimaal 1% (0,94%).
Zie voor de lijst met de minimale looptijden op basis van het 1% sterftekanscriterium
Ja, deze mogelijkheid bestaat en is door de Kennisgroep pensioenen (loonbelasting) vraag en antwoord 11 februari 2009 nog eens bevestigd. Nee, de periodieke uitkeringen uit een stamrecht hoeven in tegenstelling tot een lijfrente-uitkering niet vast en gelijk matig te zijn.
Dit is ook bevestigd door de Kennisgroep pensioenen (loonbelasting) vraag en antwoord 11 februari 2009. .
Ja, door de Kennisgroep pensioenen (loonbelasting) vraag en antwoord 11 februari 2009 wordt als voorbeeld gegeven dat de termijnen na drie jaar stijgen naar een vooraf overeengekomen periodieke uitkering.
Ja, u bent loonbelasting verschuldigd over de uitkeringen vanuit een stamrecht.
Nee, dat mag niet, behalve in geval van overlijden.
Nee, de periodieke uitkeringen uit een stamrecht hoeven in tegenstelling tot een lijfrente-uitkering niet vast en gelijk matig te zijn. Dit is ook bevestigd door de Staatssecretaris in het besluit van 27 november 2002.
Ja, in het besluit van 27 november 2002 wordt als voorbeeld gegeven dat de termijnen na drie jaar stijgen naar een vooraf overeengekomen periodieke uitkering.
De overeenkomst kan worden aangepast, de duur kan worden ingekort of verlengd en / of de hoogte van de uitkeringen kan worden bijgesteld. Wel moet dit op basis van actuariële gelijkwaardigheid geschieden.
Een variatie van 1: 5 is geoorloofd.
Ja, in principe kunt u dit zelf bepalen, mits de uitkeringen aanvangen voor of uiterlijk op uw 65ste levensjaar.
De echtgenoot of gewezen echtgenoot; De geregistreerde partner of gewezen geregistreerd partner;
Degene met wie de ex-werknemer een duurzame gemeenschappelijke huishouding voert of heeft gevoerd; Kinderen, stiefkinderen of pleegkinderen die de leeftijd van 30 jaar nog niet hebben bereikt.
Nee, in de meeste gevallen niet. De staatssecretaris heeft goedgekeurd dat in het geval van een gouden handdruk stamrecht de bepaling van artikel 3.125 derde lid Wet IB 2001 van toepassing zijn. Dit houdt in dat er niet getoetst hoeft te worden op het sterftekanscriterium bij kinderen jonger dan 30 jaar.
Nee, het gouden handdruk stamrecht moet aansluiten bij de omstandigheden op het moment van toekenning. Indien later de werknemer een partner en / of kinderen krijgt, dan kan het gouden handdruk stamrecht worden omgezet in een gouden handdruk stamrecht waarbij de partner en / of kinderen als begunstigden worden aangewezen.
Nee, bij een gouden handdruk stamrecht is geen restbegunstiging mogelijk.
Nee, dit is niet toegestaan. In feite wordt de gouden handdruk stamrecht genoten en zal er belasting verschuldigd zijn.
Ja, dat kan.
Nee, dit heeft als gevolg dat het stamrecht gedeeltelijk wordt afgekocht. Hierdoor wordt de volledige ontslagvergoeding belast als loon uit vroegere dienstbetrekking.
De werkgever zal het bedrag na inhouding van de loonheffing netto op de rekening van de ex-werknemer storten.
Onder voorwaarden kan alsnog gebruik worden gemaakt van de stamrechtvrijstelling.
Nee, dit is niet noodzakelijk.
Nee; door bijvoorbeeld het vakantiegeld in een stamrecht onder te brengen is het geen zuivere aanspraak meer ter vervanging van gederfd of te derven loon.
De stamrechtvrijstelling is dan over dat deel niet van toepassing.
Nee, de rente behoort tot het loon van de werknemer.
Nee, in geval van een gouden handdruk stamrecht hoeft er geen loonbelasting door de werkgever te worden afgedragen. (tenzij er sprake zou zijn van een verkapte VUT heffing)
Ja, de vrijstelling is slechts mogelijk als bijvoorbeeld een erkende verzekeraar als verzekeraar optreedt of als er een stamrecht B.V. wordt opgericht.
De uitkeringen vallen in BOX 1. Afhankelijk van uw overige inkomen wordt de uitkering tegen maximaal 52% belast.
Ja, dat kan.
De middelingregeling wordt beschreven in artikel 3.154 van de Wet IB 2001. Bij middeling telt u het inkomen van 3 aaneengesloten jaren op en deelt u die daarna door 3.
Over dat nieuwe inkomen per jaar wordt de belasting berekend.
Direct voorafgaand aan afkoop zal het gouden handdruk stamrecht belast worden als loon uit vroegere dienstbetrekking + in beginsel 20% revisierente.
Nee, dit is niet toegestaan.
Ja, indien de ontslagvergoeding is omgezet in een gouden handdruk stamrecht zult u premie moeten afdragen.
Ja, in beginsel is de werkgever de inkomensafhankelijke zorgbijdrage verschuldigd
De gouden handdruk stamrecht zal overgaan naar de langstlevende of de kinderen jonger dan 30 jaar.
Bij gouden handdruk stamrechten die zijn gearrangeerd na 1 januari 1995 is er geen successierecht verschuldigd. Wel vindt er een imputatie op de successievrijstelling plaats.
De uitkeringen uit de gouden handdruk stamrecht verzekering kan als aanvulling op het inkomen worden gebruikt en wordt niet gekort op een uitkering betreffende arbeidsongeschiktheid.
Het resterende vermogen samen met de andere vermogensbestanddelen wordt in de verdeling betrokken. Als iemand in huwelijkse voorwaarden is gehuwd zal moeten worden bepaald tot wiens vermogen het stamrecht behoort op grond van de huwelijkse voorwaarden.
Voor degenen die bij ontslag een schadeloosstelling krijgen, geldt vanaf 1 januari 1999 een fictieve opzegtermijn. De fictieve opzegtermijn is de opzegtermijn die op grond van de wet of de arbeidsovereenkomst in acht had moeten worden genomen. De op de ontslagdatum vastgestelde WW-uitkering zal pas ingaan na deze termijn. In de praktijk houdt men vanwege deze bepaling bij de vaststelling van de ontslagdatum vaak al rekening met de opzegtermijn, zodat de verschuiving van de ingangsdatum van de WW-uitkering dan niet toegepast hoeft te worden.
Tijdens de fictieve opzegtermijn blijft men verzekerd voor de werknemersverzekeringen WW, WIA en ziekengeld. De premies zijn voor rekening van de werkgever. Bovendien is geregeld dat bij het ingaan van de WW na toepassing van de fictieve opzegtermijn de doorbetaling van (een deel van) de pensioenpremies via de Stichting FVP gewoon kan plaatsvinden.
De IOAW (Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers) is bedoeld o.a. voor werklozen voor wie de WW is beëindigd en die op de eerste werkloosheidsdag minstens 50 jaar oud waren.
De IOAW kent geen vermogenstoets. Arbeidsinkomen van de werknemer of zijn partner wordt in mindering gebracht op de uitkering. In bepaalde gevallen wordt een klein deel tijdelijk niet meegeteld.
In principe wordt een periodieke uitkering, afkomstig uit een gouden handdruk conform het besluit van de Staatssecretaris van Sociale zaken van 1 april 2008 niet in mindering gebracht op de IOAW-uitkering.