English information on Fiscal aspects Severance payment (Golden Handshake)

Specialisten in Gouden Handdruk, stamrecht bankspaarrekeningen en Stamrecht B.V.'s.

Veel gestelde vragen Stamrecht BV en dividenduitkering

Dividend is een uitkering van de winstreserve van de Stamrecht BV aan de aandeelhouder.

De stamrecht BV mag dividend uitkeren als er een vrije winstreserve is in de Stamrecht BV en de statuten een dividend uitkering toelaten.

Ja, het uitkeren van dividend is zeker interessant; naast het feit dat het de beloning is voor de aandeelhouder wordt het fiscaal tegen een aantrekkelijk tarief belast.

Ja, de aandeelhouder van de Stamrecht BV is daar 25% inkomstenbelasting over verschuldigd in Box 2.
Samen met de dan al eerder verschuldigde Vennootschapsbelasting van 20% is het gecombineerde netto tarief 40%.
Bij een winst van meer dan € 200.000,- ligt het tarief iets hoger maar daar zal dan niemand dan moeilijk over doen.

Ja, er dient een aangifte te worden gedaan door de Stamrecht BV en u dient deze dividend uitkering als privé persoon op te geven in de IB aangifte.

Ja, de aangifte en de betaling van de door de Stamrecht BV in te houden dividend belasting van 15% dient binnen een maand te worden gedaan.

Dit is een behoorlijk ingewikkelde materie maar komt in het kort op het volgende neer.
Voor een stamrecht uitkering dient een actuariële berekening te worden opgesteld.
Door de huidige lage rente stand worden de uitkeringen tegen een zeer lage rente berekend.
Op de fiscale balans van de Stamrecht BV moet deze verplichting worden gewaardeerd tegen een rente van 4% waardoor in de verlies en winst rekening al snel een winst wordt gerealiseerd.

Deze winst kan echter niet worden uitgekeerd en wordt fiscaal beschouwd als een gebonden reserve en dat heeft dan weer te maken met het feit dat op de commerciële balans de waardering van de verplichting plaatsvindt op basis van de commerciële koopsom die nodig is om de verplichting te kunnen afstorten.

Een zelfde probleem speelt bij Stamrecht BV’s met een hoog vast oprentingspercentage.
(en vaak is dat dan het standaard model van de fiscus)

Voor de bepaling van de economische waarde van de verplichting dient dan het huidige U rendement genomen te worden. Gezien het feit dat het U rendement tegenwoordig erg laag is dient voor de waarde economisch verkeer een veel hogere koopsom aanwezig te zijn. En ook dat beschouwt de fiscus als een gebonden reserve.

De Belastingdienst heeft te kennen gegeven dat Stamrecht BV’s die dividend uitkeren aan hun aandeelhouders, waardoor de dekking van de stamrecht verplichting in gevaar komt, getroffen zullen worden met de stelling dat het stamrecht is afgekocht.
Zo’n afkoop betekent concreet heffing van loonbelasting tot maximaal 52% en, aanvullend, het in rekening brengen van maximaal 20% revisierente.

Aandeelhouders kunnen per 1 oktober 2012 niet meer zelfstandig besluiten tot dividenduitkeringen. Het bestuur moet daarvoor zijn goedkeuring geven.
Als we het hebben over een DGA en zijn Stamrecht BV dan besluit de DGA in zijn hoedanigheid van aandeelhouder (in de aandeelhoudersvergadering) tot het doen van een dividenduitkering.

De DGA keurt deze beslissing in zijn hoedanigheid van bestuurder van de Stamrecht BV al dan niet goed. En nu komt het. Voordat goedkeuring door het bestuur wordt gegeven, moet het bestuur nagaan of de Stamrecht BV na de uitkering nog wel aan haar verplichtingen kan blijven voldoen (= uitkeringstoets).
De uitkerende stamrecht verplichting is één van die verplichtingen. Als de winstreserve (deels) stamrecht geld is – ook al komt dit fiscaalrechtelijk niet tot uitdrukking in de balans van de Stamrecht BV – dan mag dit geld (in zoverre) niet als dividend worden uitgekeerd.

Blijkt achteraf dat het bestuur ten onrechte goedkeuring heeft verleend en had het bestuur dit behoren te weten, dan kunnen bestuurders persoonlijk aansprakelijk worden gesteld om een tekort aan te zuiveren tot ten hoogste het bedrag van de dividenduitkering. Dat zelfde geldt voor aandeelhouders, als zij hadden moeten weten dat de uitkering onverantwoord was.

Nu zal de pensioengerechtigde DGA zichzelf in de hoedanigheid van bestuurder/aandeelhouder niet zo snel aansprakelijk stellen. Dat wordt echter anders als we het hebben over de Belastingdienst of eventuele ex-partners met een stamrecht vordering op de Stamrecht BV.

Wij hanteren eigenlijk een even simpele als pragmatische regeling en die luidt dat ter vermijding misverstanden bij een dividend uitkering altijd toestemming wordt gevraagd aan de fiscus.

Per 1 oktober 2012 geldt het nieuwe B.V.-recht (Flex B.V). Met deze belangrijke wetswijziging voert de wetgever een aantal maatregelen in die het ondernemen vanuit een B.V. aantrekkelijker maken. De wetswijziging is relevant voor zowel bestaande als nieuwe B.V. ’s.
De meest opvallende wijzigingen zijn de afschaffing van het verplichte minimum (start)kapitaal van € 18.000, de afschaffing van de bankverklaring, de accountantsverklaring en de afschaffing van de verplichte blokkeringsregeling.

Minimum aandelen kapitaal van € 18.000 naar € 1

Na inwerkingtreding van de wetgeving op het gebied van de Flex-B.V.  is het niet meer langer verplicht om een geplaatst aandelenkapitaal aan te houden van minimaal € 18.000,-. Er kan worden volstaan met een kapitaal van bijvoorbeeld één euro. Ook voor bestaande B.V.’s  is het niet langer verplicht om een geplaatst aandelenkapitaal van minimaal € 18.000,- aan te houden.
Het grootste voordeel hiervan is dat er dan minder risicodragend vermogen in de B.V. aanwezig is.
Heeft de aandeelhouder het aandelenkapitaal van € 18.000,- destijds overgemaakt naar de B.V. en daar in laten staan, dan kan dit gehele bedrag (op € 1,- na) er belastingvrij uitgehaald worden.
Indien gebruik is gemaakt van de voorschotregeling van de bank en dit later niet privé weer in de B.V. is bijgestort kan de lening met deze terugbetaling van aandelenkapitaal worden verrekend waardoor er dus nog maar een lening overblijft van € 1,-.

Voorzichtigheid geboden

Het terugbetalen van aandelen kapitaal kan bij B.V.’s met stamrecht- , pensioen- of lijfrente verplichtingen echter zowel fiscale als juridische consequenties met zich brengen.

Fiscaal

Indien de B.V. verliezen heeft geleden in de loop der jaren, zal niet in alle gevallen het aandelenkapitaal met bijna € 18.000,- kunnen worden teruggebracht, maar met een lager bedrag, of helemaal niet. De Belastingdienst heeft te kennen gegeven dat Pensioen- of Stamrecht B.V. ’s die kapitaal terugbetalen of dividend uitkeren aan hun aandeelhouders, waardoor de dekking van de stamrecht verplichting in gevaar komt, getroffen zullen worden met de stelling dat de aanspraak is afgekocht.

Zo’n afkoop betekent concreet heffing van loonbelasting tot maximaal 52% en, aanvullend, het in rekening brengen van maximaal 20% revisierente.
Ook als er periodieke uitkeringen door de B.V. worden gedaan (dus als er sprake is van een ingegane uitkering) is het aan te raden voorzichtig te zijn het aandelenkapitaal te verminderen. Dit heeft te maken met de fiscale waardering van de uitkering op de balans van de B.V. Voor de waardering van een periodieke  uitkering op de balans dient een actuariële berekening te worden opgesteld. Door de huidige rente stand worden de uitkeringen tegen een zeer lage rente berekend.
Op de fiscale balans van de B.V. moet deze verplichting echter worden gewaardeerd tegen een rente van 4% waardoor in de verlies en winst rekening al snel een winst wordt gerealiseerd. Deze winst kan niet worden uitgekeerd en wordt fiscaal beschouwd als een gebonden reserve en dat heeft dan weer te maken met het feit dat op de commerciële balans de waardering van de verplichting plaatsvindt op basis van de commerciële koopsom die nodig is om de verplichting extern te kunnen afstorten.

Hetzelfde geldt overigens voor de opbouwfase bij Stamrecht BV’s als bij pensioen bij Pensioen B.V.’s en B.V.’s waarbij het pensioen in eigen beheer wordt gehouden  

Juridisch

Daarnaast kan er ook nog een aansprakelijkheidstelling plaatsvinden.  Aandeelhouders kunnen per 1 oktober 2012 niet meer zelfstandig besluiten tot dividenduitkeringen. Het bestuur moet daarvoor zijn goedkeuring geven.

Als we het hebben over een DGA en zijn B.V. dan besluit de DGA in zijn hoedanigheid van aandeelhouder (in de aandeelhoudersvergadering)  tot het doen van een dividenduitkering.

De DGA keurt deze beslissing in zijn hoedanigheid van bestuurder van de B.V. al dan niet goed. Voordat goedkeuring door het bestuur wordt gegeven, moet het bestuur nagaan of de pensioen of Stamrecht B.V. na de uitkering nog wel aan haar verplichtingen kan blijven voldoen (= uitkeringstoets).
De uitkerende verplichting is één van die verplichtingen. Als de winstreserve (deels) stamrecht of pensioen geld is – ook al komt dit fiscaalrechtelijk niet tot uitdrukking in de balans van de BV – dan mag dit geld (in zoverre) niet als dividend worden uitgekeerd.

Blijkt achteraf dat het bestuur ten onrechte goedkeuring heeft verleend en had het bestuur dit behoren te weten, dan kunnen bestuurders persoonlijk aansprakelijk worden gesteld om een tekort aan te zuiveren tot ten hoogste het bedrag van de dividenduitkering.

Dat zelfde geldt voor aandeelhouders, als zij hadden moeten weten dat de uitkering onverantwoord was. Nu zal de DGA zichzelf in de hoedanigheid van bestuurder/aandeelhouder niet zo snel aansprakelijk stellen. Dat wordt echter anders als we het hebben over de Belastingdienst of eventuele ex-partners met een vordering op de B.V.

Om er zeker van te zijn dat de terugstorting van het kapitaal fiscaal en juridisch zuiver verloopt, zal er dus naast de uitkeringstoets specifiek voor stamrecht B.V.’s, pensioen B.V.’s en bij B.V.’s waar het pensioen in eigen beheer wordt uitgevoerd ook een balanstoets moeten worden uitgevoerd. Zo weet u zeker dat verlaging geen fiscale consequenties met zich brengt en dat u met de verlaging niet als aandeelhouder/bestuurder aansprakelijk kan worden gehouden voor een eventueel tekort.